Biografie

Zonder heel mijn leven nu publiek te maken, vind ik het wel aardig om iets meer te laten zien van mijn eigen achtergronden.  Je hoeft het niet te lezen!  Mijn werk en mijn andere activiteiten staan immers niet los van mijn biografie en identiteit.  Sterker, in mijn publicaties en presentaties komen elementen uit mijn biografie tot uitdrukking en mijn biografie vormt zich mede in wisselwerking met mijn werk en activiteiten.  Daarom vind ik het goed om op deze plaats iets te delen.

Ik gebruik drie invalshoeken. Ten eerste een korte levensbeschrijving  als aanvulling op mijn curriculum vitae . Ten tweede een drietal interviews die ik de laatste jaren gegeven heb. Tenslotte ook twee zelf geschreven documenten over mijn voorgeslacht aan Renkema-zijde.

Levensverhaal

 

David Leonardus Renkema is in 1956 geboren in het buurtschap Zwollerkerspel. Ik ben  de oudste zoon van Tiem Renkema en Geesje Timmers. Mijn vader begon zijn carrière als plantsoenarbeider te Zwolle, werd later opzichter van de plantsoenendienst in Delfzijl  en bekroonde zijn loopbaan als praktijkleraar aan de Lager Tuinbouwschool te Enschede. Mijn moeder werd op de dag van haar huwelijk ontslagen als docente bij de gemeentelijke naaischool te Zwolle.  Zo ging dat in de jaren vijftig van de 20ste eeuw.

Ik ben de oudste van 5 kinderen, waarvan de jongste in haar eerste jaar is overleden. We woonden achtereenvolgens in Zwollerkerspel, Delfzijl en Enschede. Daarna vertrok ik naar Wageningen en Den Haag.

Sinds 1986 ben ik getrouwd met Nicolet Verdam. We kregen twee kinderen, Jonatan en Mattias. Beiden bleken ernstige meervoudige handicaps te hebben. Beiden zijn op de leeftijd van acht jaar overleden. Deze situatie heeft ons leven in veel opzichten getekend. In een aantal artikelen (‘recht op een  goed bestaan’ en ‘genetica en abortus’) ga ik hier nader op in. We ervaarden aan den lijve dat het leven zowel een gave als een opgave is.

 

Opleiding

Ik bezocht achtereenvolgens ‘De School met den Bijbel’ te Zwollerkerspel, de Gereformeerde Lagere School ‘De Wartburg’  en het ‘Wessel Gansfort College’ te Delfzijl, het ‘Ichthus College’ te Enschede en tenslotte de Landbouw Hogeschool te Wageningen. Officieel ben ik afgestudeerd in de richting Tuinbouwplantenteelt, met als hoofdvakken Tuinbouw, Agrarische Bedrijfseconomie en Algemene Agrarische Economie.  Voor mij vormden – naast de academische opleiding – de leerhuizen van het studentenpastoraat, het bestuurslidmaatschap van SSR en de deelname aan de Wageningse IKV kern achteraf gezien de kantelpunten in mijn leven.

 

Werk

Mijn eerste baan was de tewerkgestelling als erkend gewetensbezwaarde militaire dienst bij de Raad voor de Zaken van Overheid en Samenleving (ROS) van de Nederlandse Hervormde Kerk. Ik werd daar als gereformeerde jongeling  ondergedompeld in zowel het hervormde denken over kerk en samenleving als de oecumenische traditie.  Na de tewerkstelling bij de ROS volgde de baan als onderzoeksmedewerker bij het Oecumenisch Studie- en Actiecentrum voor Investeringen (OSACI)  te Amsterdam. OSACI verhuisde naar Utrecht en ging later op in Oikos. Deze geschiedenis komt zijdelings ter sprake in mijn boek ‘Geloven in een betere wereld’.  De publicaties en presentaties geven een goed beeld van mijn inhoudelijke bezigheden.  De laatste jaren verschoof het accent ten dele naar het management en de strategie van de organisatie.

Oorspronkelijk hield ik me vooral bezig met de agrarische sector. De studiegroep Landbouw van de Raad van Kerken, het Interkerkelijk Overleg Wereldvoedselvraagstuk, het Landelijk Overleg Voedsel en Derde Wereld en de campagne Honger hoeft Niet vormden de institutionele context. Ook het conciliair proces voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping bood ook een inspirerend kader om lastige – trage – thema’s aan de orde te stellen. De thematische omslag lag bij de samenwerking met de Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening van de Vrije Universiteit te Amsterdam.  Juist die samenwerking leidde tot het agenderen van het klimaatbeleid en daarmee – breder – het thema duurzaamheid. Tenslotte mondde de hernieuwde interesse in de rol van religie uit in het Kenniscentrum Religie en Ontwikkeling, een samenwerkingsverband van diverse organisaties.

De kennisontwikkeling op het snijvlak van geloof en wetenschap, de samenwerking met allerlei mensen en organisaties en het volhardend zoeken naar de mogelijkheden om het goede te ondersteunen waren en zijn voor mij leidend. Ik houd van het doordenken van lastige vraagstukken, het onderscheiden van uiteenlopende perspectieven en het werken aan tastbare resultaten.

 

Buiten studie en werk

Tijdens de studie in Wageningen was ik een jaar full time bestuurslid van de jongerenvereniging Societas Studiosorum Reformatorum (SSR) in de functie van penningmeester sociëteit (bar en mensa). Na deze bestuurstijd was ik lid van de Wageningse kern van het Interkerkelijk Vredesberaad, de anti-militaristische Vereniging Dienstweigeraars en de diaconie van de Gereformeerde Kerk te Wageningen.

Naast het werk bij OSACI en Oikos vervulde ik verscheidene bestuurlijke functies: Landelijk bestuur van de vereniging Kerk en Vrede te Amersfoort, penningmeester van de Stichting Samenwerking Sociale Fondsen te Den Haag en secretaris van het bestuur van PhiladelphiaSupport te Utrecht, de christelijke beweging van mensen met een verstandelijke handicap, hun ouders en vrienden (tegenwoordig: Sien).  Tevens was ik enkele malen lid van een kerkenraad, ook in lastige tijden van bezuinigingen en reorganisaties. Tenslotte was ik bestuurlijk betrokken bij het instellen van twee bijzondere leerstoelen aan de Vrije Universiteit: de Dom Helder Camara leerstoel  (prof. dr. J.H. de Wit) en leerstoel Sociale Integratie van mensen met een verstandelijke handicap (prof. dr.  H.P. Meininger)

Momenteel ben ik lid van het bestuur van in 2015 opgerichte stichting DeZinnen te Den Haag.

Het nemen van bestuurlijke verantwoordelijkheid van organisaties waar ik me bij betrokken voel en die ik van waarde acht, lijkt in mijn DNA te zitten.  Gaandeweg heb ik juist van dit bestuurlijke werk veel geleerd. Bovendien kwam ik zodoende in aanraking met allerlei geledingen in de samenleving. Naast alle serieuze en soms zwaarwichtige onderwerpen, was er meestal ook ruimte voor sociale contacten, vriendschappen en humor.

 

oktober 2018