De kiezers hebben op 29 oktober 2025 gesproken! Maar hun of onze uitspraak biedt geen eenduidigheid. Het is mooi om de chemie tussen Rob Jetten en Henri Bontenbal te aanschouwen, maar of ze de andere partijleiders weten te enthousiasmeren is de vraag.

De partijen die min of meer gerekend kunnen worden tot het centrum komen uit op 71 zetels, die gerekend kunnen worden tot links hebben samen 30 zetels en de radicaal rechtse partijen komen uit op 49 zetels. Twee (radicaal rechtse) partijen lijken voor veel andere buiten spel te staan (PVV en FvD; samen 33 zetels). Deze indeling is arbitrair. De VVD – nu gerekend als partij in het centrum – heeft  radicaal-rechtse trekken. GroenLinks/PvdA – nu gerekend tot links – heeft trekken van een middenpartij. Daarnaast zijn ook indelingen langs andere lijnen mogelijk, zoals conservatief-progressief, nationaal-mondiaal en populistisch-rechtstatelijk.

Schuivende panelen

In een ideale wereld richten de partijen en hun kiezers zich op het welbevinden van mens en natuur, hier en elders, nu en later. Partijen onderscheiden zich naar hun politieke filosofie, dus de inhoud en de reikwijdte van dit welzijn, en de na te volgen strategie (theorie van verandering). Partijen komen in het verlengde van hun politieke filosofie ook tot uiteenlopende contextanalyses (feiten, verbanden, vrijheidsgraden). De politieke filosofie en de contextanalyse leiden tot een specifiek programma. Dit alles speelt zich – nog steeds in een ideale wereld – af binnen de kaders van een democratische rechtsstaat.

We hebben in werkelijkheid te maken met schuivende panelen. Kiezers lijken een toenemend gewicht toe te kennen aan het particuliere eigen belang; nieuwe partijen organiseren zich rond groepsbelangen. De reikwijdte van de notie welzijn versmalt bij sommige partijen en kiezers tot de korte termijn, het eigen volk of de eigen groep. De politieke filosofieën verliezen geleidelijk hun betekenis; alternatieve feiten en onderbuikgevoelens rukken op. De democratische rechtsstaat staat daarmee onder druk. De persoon van de lijsttrekken, de verhalen en beelden die hij of zij ventileert en de wisselende smaak van de kiezers domineerden de verkiezingen.

Slinkende politieke doorzettingsmacht

Mijn indruk is dat de mogelijkheden om als Nederland in deze wereld een eigen koers uit te zetten in de loop van mijn leven minder zijn geworden. Nationale staten moeten zich aanpassen aan de ontwikkelingen van transnationale financiële en economische markten op straffe van stagnerende groei en welvaart. Waar het o.a. fout dreigt te gaan, is het samengaan van politieke macht (autocraten) en economische macht (oligarchen, tech-miljardairs), waarbij velen de speelbal worden van de luimen, belangen en waarden van enkelen.  De vrijheid van de een, is dan de afhankelijkheid van de anderen.

Nationale staten hebben daarnaast van doen met tal van internationale verdragen en organisaties. Deze zijn weliswaar het resultaat van afspraken tussen nationale staten, maar ze worden nu door populisten ervaren als hinderlijk bij het realiseren van hun plannen. Ook de nationale grondwet en de bijbehorende wet- en regelgeving beperken de speelruimte van de vigerende overheden.

Bovendien maakten de overheden onder invloed van het neoliberalisme willens en wetens een terugtrekkende beweging. Waar ze ooit idealiter de kaders bepaalden waarbinnen de markten functioneerden, bevinden ze zich nu in een positie waarin ze de marktwerking moeten faciliteren: van marktmeester naar marktdienaar. Waar ze binnen de welvaartsstaat ooit waardevolle publieke diensten verzorgden, is deze dienstverlening steeds meer geprivatiseerd. Burgers zijn consumenten geworden.

Dat alles maakt de vormgeving van een goed eigen beleid voor een overheid niet makkelijker. Ze creëert als het ware onbedoeld ontevreden en boze burgers, kiezers en consumenten. Links en rechts populisme zijn in ieder geval ten dele het gevolg van de ervaring dat de overheid niet (meer) levert, haar beloftes niet (meer) waarmaakt. Ik vrees dat hier niet alleen sprake is van onwil, traagheid en slordigheden aan de zijde van de overheid, maar vooral ook van (verkozen) onmacht en onkunde.

Politiek heeft ten diepste van doen met vrijheid, dus het zoeken naar en het praktiseren van het gemeenschappelijk goede in de wereld, naar het bonum commune. Dat is wezenlijk iets anders dan het zich aanpassen aan de omstandigheden. Hannah Arendt spreekt in dit verband van nataliteit. Maar dit ontslaat ons niet van de verplichting ook rekening te houden met de grenzen van verandering. Niet alles kan (onmiddellijk).

Enkele gedachten over de moderniteit

In het voorgaande beperk ik me tot het politieke en economische domein. Maar de kwestie reikt veel verder of dieper. In de moderne tijd ontwikkelde zich een diep geloof in vooruitgang, materieel en immaterieel. Dit geloof was en is gebaseerd op een groeiend bewustzijn dat we als mensheid in staat zouden zijn om de wereld te beheersen en te verbeteren. Dit vermogen (dan wel deze illusie) is te danken aan de vijf kenmerken van de moderniteit: vrijheid, gelijkwaardigheid, individualisme, innovatie en ratio. In de woorden van Gabriël van den Brink: ‘De moderniteit zoekt zo veel mogelijk vrijheid. Dat moet je letterlijk opvatten als bewegingsvrijheid. Geen grenzen, geen beperkingen. Ten tweede streeft zij naar gelijkwaardigheid. Zo min mogelijk gezag, we zijn allemaal gelijkwaardige burgers. Ten derde stelt zij individuele autonomie voorop. Je moet zelf iets van het leven maken, geld verdienen, ondernemen. Ten vierde draait zij om vooruitgang, niet in het verleden blijven hangen. Ten vijfde moeten we de zaken rationeel aanpakken en niet neuzelen over gevoelens.’ Deze moderniteit maakte zeker de belofte van vooruitgang waar, maar niet zonder schaduwzijden: uitbuiting, uitsluiting en schade aan de aarde en de natuur. De laatste decennia blijkt ook dat het verzet tegen die moderniteit groeit. Nogmaals in de woorden van een reflectie op een boek van Van den Brink: ‘Tegenover vrijheid, gelijkwaardigheid, individualisme, innovatie en ratio koesteren zij een vijftal G’s, zoals hij dat noemt: grenzen, gezag, gemeenschap, geschiedenis en gevoelsleven. Ze verlangen naar de grenzen van de natiestaat, het gezag van sterke leiders, een homogene gemeenschap, naar de tradities waarmee ze zijn opgegroeid en de erkenning van hun gevoelens.’

Als we vanuit deze tegenstelling kijken naar de verkiezingen en de formatie, dan zien we dat de klassieke middenpartijen weliswaar de schaduwzijden van de vooruitgang onder ogen zien, maar dat ze hun heil blijven verwachten van de genoemde vijf kenmerken van de moderniteit. Het optimisme dat met name Rob Jetten uitstraalt, is het vooruitgangsgeloof in een nieuwe gedaante. Het lukt deze partijen echter niet om goed aansluiting te krijgen bij de vijf andere kenmerken. Een knelpunt is m.i. de leegheid van het begrip vooruitgang. Een gedeelde visie op de goede samenleving of het gemeenschappelijk goede ontbreekt. Deze leegheid wordt gevuld met wetenschap (adviezen, externe commissies, planbureaus) en wet- en regelgeving (inclusief allerhande protocollen). Hart en ziel – lees een aansprekend en inspirerend verhaal – lijken verloren te zijn gegaan.

De radicaal- en extreemrechtse partijen lijken die aansluiting wel te vinden. Zij zagen en zien kans om een aansprekend verhaal te construeren dan wel te destilleren rond de 5 G’s van Van den Brink.  Aannemelijk is dat een geromantiseerd beeld van een (vermeend) aantrekkelijk verleden – toen geluk nog heel gewoon was  – een sleutelrol speelt. Maar deze betrekkelijk onschuldige romantiek wordt vermengd met allerlei vormen van eigen volk eerst, zondebok-politiek, racisme, antisemitisme, moslimhaat en autocratie. Die romantisch hang naar een niet bestaand verleden, is niet bestand tegen dit foute gedachtegoed. Sterker, ik durf niet uit te sluiten dat ze juist ontvankelijk is voor dit gedachtegoed.

We zien deze tegenstelling terug in de zogenoemde cultuuroorlog waarin Trump, Poetin e.a. de aanval openen op de VN, de EU, wetenschappelijke instituten, Islam, niet-witte migranten, feminisme en Queer. We zien het ook in de daarmee verbonden verheerlijking van (een bepaald type) manlijkheid.  Soms expliciet en vaker impliciet ontwaar ik in die kringen een ethiek die uitgaat van het recht van de sterkste, van een cultuur van strijd en een verheerlijking van geweld.

Tenslotte

Het liberalisme en het socialisme zijn beide de erflaters van de moderniteit. De christendemocratie staat daar zeker niet los van, maar het streeft bij tijd en wijle enige afstand na. Als ik Henri Bontenbal goed begrijp, neemt hij enige afstand van zijn recente neoliberale voorgangers. Het conservatisme – dat in alle drie stromingen zijn aanhangers heeft – zal de moderniteit niet in alle opzichten omarmen. Wat we nu zien gebeuren is dat de VVD onder leiding van Yeşilgöz een brug probeert te slaan naar het populisme van Wilders cs zonder de bedenkelijke kanten volmondig uit te sluiten. Ze sluit wel GroenLinks-PvdA uit, nota bene op flinterdunne  inhoudelijke gronden.  Gesteld dat een minderheidskabinet van D66, CDA en VVD ontstaat, dan zullen de risico’s voor D66 en CDA groot zijn. De samenleving krijgt dan meer van dezelfde neoliberale agenda die al zoveel ellende heeft veroorzaakt.

De makke van de sociaaldemocratie is dat ze zich meer dan andere stromingen heeft vereenzelvigd met de belofte van sociale vooruitgang, het marktmeesterschap van de overheid en sterke publieke diensten. In de beleving van velen is die belofte niet voldoende nagekomen, is de overheid een dienaar van de markt geworden en zijn de publieke diensten geprivatiseerd. Zeker de PvdA bewoog mee met de neoliberale agenda en verloor zodoende de aansluiting met de mensen die zich noodgedwongen in de marge van de samenleving bevinden. De uitdaging is om een goed verhaal rond die 5 G’s van Van den Brink te ontwikkelen, zonder te belanden in het donkerbruine populisme van Wilders cs. Ze moeten zich als volkspartij opnieuw uitvinden.

Mijn vrees is dat het donkerbruine populisme van Trump, Wilders e.a. onherstelbare schade aanricht voordat hun aanhangers zich realiseren dat ze naast haat en leugens niets te bieden hebben, dat ze alleen uit zijn op eigen roem en gewin. Mijn diepste teleurstelling is het afglijden van de volkspartij voor vrede en democratie. Mijn hoop is dat mensen spoedig bij zinnen komen en dat de sociaaldemocratie zich zal vernieuwen.

Tijdens het schrijven van dit verhaal, heb ik me mede laten leiden door de onderstaande auteurs.