Op drie september 2025 verzorgde De Correspondent een indrukwekkend interview met de Palestijnse journaliste Mariam Barghouti. Ze vertolkte een Palestijns perspectief op 7 oktober 2023,  de Westbank en Gaza. Het interview was niet alleen indrukwekkend maar ook geloofwaardig. Wat mij wel trof was het ontbreken van kritiek op Hamas. De grens tussen het – vanuit Palestijns perspectief –  proberen te begrijpen van de gebeurtenissen op 7 oktober 2023 enerzijds en het impliciet sanctioneren van die gebeurtenis lijkt flinterdun. Ook trof me dat het uitblijven van maatregelen tegen de genocide beschouwd wordt als medeplichtigheid aan die genocide. Deze redenering lijkt sterk op die van de Israëlische regering die alle Gazanen medeplichtig acht aan de terroristische aanval van Hamas.

De druk op de kerk om luid en duidelijk positie te kiezen in de conflicten in het Midden-Oosten is ongekend groot. Solidariteit met de Palestijnen in Gaza en op de Westoever is – zo luidt de terugkerende oproep – geboden, hun nood is groot en hun levens staan op het spel. Solidariteit betekent vervolgens ook verzet tegen de huidige Israëlische regering in de vorm van juridische procedures en allerhande boycots. Persoonlijk kan ik hier een heel eind in meegaan. Ook ik trok een rode lijn en ook ik ondertekende petities. Ook ik was teleurgesteld dat noch de Protestantse Kerk noch de Raad van Kerken mede dragers waren van de rode lijn. Maar desondanks houd ik mijn aarzelingen bij een te stellige politieke stellingname van een synode, een bisschoppencollege of raad. Die aarzelingen lees ik ook in de terughoudendheid van Erik Borgman in het theologisch elftal van Trouw om zich aan te sluiten bij vermeende oplossingen.

Moord en gijzeling: 7 oktober 2023

Toen heel de wereld kennis nam van de wrede daden van Hamas op 7 oktober 2023, de bij benadering 1200 doden en 250 gegijzelden en de martelingen en verkrachtingen, was de verbijstering groot. Deze had niet alleen betrekking op de omvang en de wreedheden, maar ook op de klaarblijkelijke kwetsbaarheid van de staat Israël, haar defensie en haar inwoners. De belofte van een veilige staat bleek in één klap niets meer waard. Dat was en is een niet te onderschatten traumatische ervaring, zowel voor de inwoners van Israël als voor de Joodse gemeenschappen in de diaspora.

De eerste formele reacties van westerse politici bestonden uit het uiten van meeleven, het benadrukken van het recht op zelfverdediging en het ontwijken van de vraag naar de lange geschiedenis die vooraf ging aan de aanslag. Maar tegelijkertijd kwam juist die laatste vraag in alle heftigheid op tafel. De aanvankelijke ontkenning of verdringing van deze vraag, werd begrepen als een blinde vlek voor het structurele onrecht dat de Palestijnen decennialang wordt aangedaan. De reacties vanuit de Palestijnse bevolking en haar sympathisanten op deze eenzijdigheid waren dan ook bijzonder fel. De beelden van en de verhalen over het geweld dat Israël vervolgens toepaste, versterkten dit alleen maar. In betrekkelijk korte tijd verschoof het beeld van Hamas als dader van een wrede, omvangrijke en dodelijke aanslag naar het beeld van Palestijnen als slachtoffers van aanhoudend onrecht, hen aangedaan door Israël.

Macabere scenario ‘s

Wat mij destijds ook trof was de weergave van interviews met enkele Hamas-leiders. Zij verdedigden de terroristische aanslag van 7 oktober met het argument dat de aanslag bedoeld was om het lijden en de strijd van de Palestijnen hoog op de internationale politieke agenda te krijgen en om de transnationale solidariteit te reactiveren. Het extreme geweld van Netanyahu cs past binnen deze strategie van Hamas. Maar datzelfde geldt dus ook voor de dood, de honger, de verwondingen en het lijden van de Palestijnen in Gaza en de Westoever. In zekere zin past ook onze solidariteit met de lijdende Palestijnse bevolking binnen dit macabere scenario van de leiders van Hamas. Ik voel me ongemakkelijk bij deze instrumentele rol binnen een dodelijk plan waarbij zowel Israëliërs als Palestijnen uiterst wreed opgeofferd werden en worden.

Uiteraard doet dit ongemak niets af van mijn veroordeling van de oorlogsmisdaden die Netanyahu cs willens en wetens plegen of aan de schendingen van het internationaal recht door de achtereenvolgende regeringen van Israël. Zie ook de uitspraak m.b.t. genocide en het advies volkenrecht. In die zin is er ook sprake van een macaber scenario van de huidige Israëlische leiders. De International Crisis Group bezorgt goed onderzoek naar de situatie in het Midden-Oosten, op de grens van wetenschap en politiek.

Cynische geopolitiek

De neiging is groot om uitsluitend te focussen op de verhoudingen tussen Israël enerzijds en de Palestijnen (PLO/Palestijnse Autoriteit, Hamas en Hezbollah) anderzijds. De geopolitieke context is echter veel gelaagder.

Israël is sterk afhankelijk van de steun van de Verenigde Staten en – wat minder –  van  de steun van Europese landen. Hamas en Hezbollah krijgen steun van de Houthi’s (Yemen), Iran en Qatar. Dwars daar door heen zijn er de spanningen tussen de diverse stromingen binnen de Islam, met name Soennisme (Saoedi Arabië) en Sjiisme (Iran). Turkije heeft zijn eigen aspiraties in de regio. Egypte (1979) en Jordanië (1994) hebben vredesverdragen met Israël gesloten. Verder terug in de geschiedenis hebben Europese koloniale machten uit de 19de en 20ste hebben hun sporen nagelaten, om maar te zwijgen over de kruistochten die zowel Joden als moslims diep raakten.

De geschiedenis van de huidige staat Israël en die van de Palestijnen zijn getekend door deze veranderlijke context, met wisselende bondgenootschappen, vijandschappen en economisch-politieke belangen. De staat Israël (1948) was de uitkomst van het streven van de zionistische beweging – ontstaan aan het einde van de 19de eeuw – en de Holocaust – de genocide op 6 miljoen Europese Joden. De Palestijnen waren en zijn de speelbal van al die hen omringende machten – niet alleen Israël – en grijpen zoals vele andere verworpenen der aarde naar tegengeweld.

Alle pogingen om tot een vredesakkoord te komen liepen en lopen vast op extremisten aan hetzij Israëlische hetzij Palestijnse zijde, al dan niet gesteund door hun buitenlandse bondgenoten. Veelzeggend is ook dat de Arabische wereld terughoudend is in haar daadwerkelijke steun aan de leiders van de Palestijnse bevolking.

In dit geopolitieke kader was de toenadering tussen Israël enerzijds en Saoedi-Arabië en enkele golfstaten anderzijds een reden voor Hamas om met steun van Iran over te gaan tot de ongekend wrede terroristische aanval van 7 oktober 2023.

Aandacht voor de gelaagdheid

Op het niveau van Israël, Gaza en de Westoever draait het om het bezit van land, water, werkgelegenheid en inkomen, veiligheid en politieke participatie. Maar de in de loop van de geschiedenis opgebouwde trauma’s, vernederingen en wantrouwen maken ieder vergelijk vooralsnog onmogelijk. Amos Oz sprak wel eens over een conflict tussen gelijk en gelijk. De geopolitieke invloeden en belangen verergeren dit alleen maar.  Het conflict kent – zoals betoogd – meerdere lagen die mij weerhouden een klip en klaar oordeel. De gevraagde – zo niet geëiste – ongeclausuleerde solidariteit met de Palestijnen is daardoor niet eenvoudig. Die gelaagdheid verhindert mij ook om te denken in enkelvoudige schema’s van goed en fout, oorzaak en gevolg.

Een stellingname van de kerken zal daarom ook die gelaagdheid dienen te weerspiegelen. Mede naar aanleiding van twee bijeenkomsten in oktober 2023 en april 2024, probeerde ik in die geest na te denken over deze situatie: Israël en Palestina: een ongemakkelijke kwestie en Wegen naar vrede. Recent kwam het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken met een heldere verklaring die de gelaagdheid van deze kwestie niet uit het oog verliest.  Ook onze eigen Raad van Kerken kwam met een verklaring. Onlangs las ik een verklaring van de Wereldraad van Kerken over het voornemen van Israël om weer een illegale nederzetting te stichten.

De gelaagdheid gaat verloren als de kritiek op de huidige regering van Israël zich bedoeld of onbedoeld verbreedt naar kritiek op de staat Israël en wereldwijde Joodse gemeenschappen. Die kritiek gaat ook verloren als de solidariteit met de Palestijnen – bedoeld of onbedoeld – uitmondt in steun aan de agenda’s van Hamas en Iran. Ik mis een realistische veranderingsstrategie met een reëel perspectief. Het blijft te veel hangen in morele verontwaardiging, vrome wensen en woede op Netanyahu cs.

Kerkelijke controverse

Tegen deze achtergrond houd ik mijn aarzelingen bij stellige – platte – uitspraken van de kerken als zodanig. Dus bij uitspraken die te zeer uitgaan van een onvoorwaardelijk Palestijns dan wel Israëlisch perspectief. Dat individuele kerkleden zich op dat pad begeven scherpt het denken, de gewetens en hopelijk de dialoog. Tegelijkertijd lijkt dit laatste – juist rond dit thema –  een illusie. In die zin zijn de kerken niet bepaald een voorbeeld voor de samenleving wat betreft de omgang met lastige kwesties. Dat geldt in het bijzonder voor de Protestantse Kerk in Nederland met haar onverbrekelijke band met Israël. Binnen de kerken zie ik ook een uiterst ongemakkelijk en escalerend debat over de feiten en de verbanden. Christenen voor Israël, Cvandaag redacteur Jeffrey Schipper en Arenda Haasnoot zijn de exponenten aan de ene zijde; Kairos-Sabeel Nederland (Christelijk Collectief) en Janneke Stegeman aan de andere zijde. Iets van deze felle controverse over de moord op een journalist in Gaza werd zichtbaar op LinkedIn.  Ook tijdens twee gelijktijdige demonstraties voor de deur van het Protestants Dienstencentrum te Utrecht.

Ik kan me wat dit betreft voorstellen dat het moderamen zoekt naar een middenpositie, dan wel de standpunten min of meer overlaat aan de Raad en de Wereldraad van Kerken. Maar als dat laatste het geval is, dan zou een expliciete verwijzing naar die verklaringen wel zo passend zijn.

Tekenen van de tijd

De cruciale vraag is hoe we als kerk in deze kwestie de tekenen van de tijd verstaan.

Mijn eerste inzet is dat we sowieso kunnen en moeten spreken over de ernstige schending van mensenrechten en het internationale recht door zowel Hamas als Netanyahu cs. De daders dienen vervolgd te worden. Grote woorden als concentratiekamp, genocide, apartheid en deportatie lijken daarbij nauwelijks meer te vermijden. De werkelijkheid is niet anders. Maar voorop staat om menselijk lijden te zien, te horen en te benoemen. Wegkijken kan niet. Onverschilligheid is uit den boze! Dat geldt uiteraard ook voor andere situaties, zoals nu in Soedan.

Mijn tweede inzet is om onderscheid te blijven maken tussen de regering Netanyahu en Hamas enerzijds en de Israëlische en Palestijnse bevolking anderzijds. Ook moet iedere indruk vermeden worden dat Palestijnen en Joden in de diaspora zich aangesproken voelen op de misdaden van Hamas respectievelijk de regering Netanyahu. Het risico van uitglijders is allesbehalve denkbeeldig.

Mijn derde inzet is om als kerken uiterst scherp te zijn op de legitimatie of sanctionering van geweld. Het begrijpen dat mensen in specifieke omstandigheden hun toevlucht nemen tot geweld (bevrijding, zelfverdediging …) is wezenlijk anders dan sanctioneren of toejuichen.

Tenslotte, mijn vierde inzet is om attent te zijn op vredesinitiatieven – hoe klein ook – in Israël, Westoever en Gaza. Sommige mensen tonen de moed om zich tegendraads en waardig op te stellen, niet vanaf een comfortabele afstand maar vanuit een eigen betrokkenheid. Ik denk dan aan de mensen van een Israëlisch Centrum voor mensenrechten, Breaking the Silence en  Women Wage Peace. Ook  de Prayer Of The Mothers  kijk ook eens naar Standing -together.org  laat iets zien van een andere benadering. Ik vond ook twee voorbeelden van gemengde vredesbewegingen: de Alliance for Middle East Peace (ALLMEP) en de Combatants for Peace. Een mooie reportage over mensen die tegen de verdrukking in het goede zoeken, was onlangs op de TV. Deze voorbeelden zijn zeker niet uitputtend, laat staan perfect. Maar ze geven wel aan dat er ook in de meest erbarmelijke omstandigheden hoopvolle aanzetten tot menswaardige verandering zijn.

In het begin van dit artikel verwees ik al naar Erik Borgman voor het theologisch elftal van Trouw:

Het is verleidelijk om vast te blijven houden aan een vermeende oplossing. Als Israël nou gewoon die vrachtwagens binnenlaat, die slagboom open doet, dan is de grootste nood toch voorbij? Maar ja, ze doen het niet. En dan? Blijven schreeuwen dat het toch moet? Zeker, en ondertussen óók doen wat wel kan, en daar proberen creatief in te zijn. Zelf vind ik het ook belangrijk tot me te laten doordringen dat ik nu even niets kan doen. De situatie is hopeloos, we staan machteloos. Het leed van de mensen in Gaza schreit ten hemel. Het kan niet, maar gebeurt toch. Ik moet ook de machteloosheid en de wanhoop van de Palestijnen willen delen. Met hen roepen dat er een godswonder nodig is, en proberen te geloven dat het kan gebeuren.

Een gelaagd conflict met een eeuwenlange geschiedenis, doortrokken van trauma’s en religieuze connotaties kent geen Quick Fix, laat zich niet beteugelen door enkelvoudige maatregelen of utopische voorstellen. Borgman pleit niet voor onverschilligheid van de kerken, wel voor terughoudendheid m.b.t. het poneren van oplossingen. Het verbreken van de banden met Israël  – selectief – kan een betekenisvol gebaar zijn. Maar hoe draagt het bij aan gerechtigheid en vrede?  De erkenning van de Palestijnse staat in het kader van een tweestatenscenario is in abstracte zin een teken van solidariteit met de Palestijnen en versterkt de internationale onderhandelingspositie van Palestijnse vertegenwoordigers. Maar hoe stellen we die staat dan concreet voor (geografisch, economisch, politiek, bestuurlijk)? Wie betalen de prijs van het verbreken van de banden of van de verdere ontwikkeling van een Palestijnse staat? Ik denk dat een kerk zich niet moet en kan binden aan dergelijke voorstellen. Het benoemen en verlichten van het menselijk leed en het zoeken en ondersteunen van de tekenen van hoop behoren wel tot onze kerntaken. Geweld is soms onvermijdelijk, maar als partijen in het conflict de Bijbel inzetten als instrument om onrecht en geweld te sanctioneren, dan moet er luid en duidelijk gesproken worden.

9 september 2025